Bankconvenanten
- Welke ratio’s heb ik met mijn bank afgesproken?
- Hoe reken ik ze uit, en waarop precies?
- Houden ze, elk kwartaal, ook volgend jaar?
- En als er één niet houdt — wat doe ik dan?
Drie ratio’s, elk kwartaal opnieuw.
Een bankconvenant is een afspraak met mijn bank over een ratio die moet houden. Meestal zijn het er drie: leverage, DSCR en solvabiliteit. Ze worden per kwartaal en per jaar getoetst, en ze houden geen rekening met mijn goede bedoelingen — alleen met wat er op de peildatum staat.
Daarom wil ik ze niet achteraf zien. Ik wil nu weten of ze het komende jaar houden, en zo nee: welke, wanneer, en hoeveel ik tekortkom.
Hoe reken ik ze uit?
Drie breuken, en de kleine lettertjes zitten in de noemer.
| Ratio | De breuk | Gangbare norm |
|---|---|---|
| Leverage | Nettoschuld gedeeld door EBITDA. Nettoschuld is de langlopende schuld plus de kortlopende rente- en aflossingsverplichting, minus de liquide middelen. | Hoogstens 3,0 |
| DSCR | EBITDA gedeeld door de schuldendienst: rente plus contractuele aflossing over die periode. | Ten minste 1,2 |
| Solvabiliteit | Het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal, op de peildatum. | Ten minste 0,25 |
De normen hierboven zijn gangbaar, niet universeel: wat voor mij geldt staat in mijn financieringsovereenkomst. In Algodyn zijn ze instelbaar.
Waarom komt mijn uitkomst niet overeen met die van de bank?
Meestal door de schuldendienst.
Bij DSCR is de verleiding om de nettomutatie in mijn schuld te nemen: wat er aan het eind van het jaar minder uitstaat. Dat is niet wat de bank bedoelt. De schuldendienst is wat ik contractueel moest betalen — rente plus aflossing — ook als ik daarnaast extra heb afgelost of juist nieuw krediet heb opgenomen.
Bij leverage zit het in de liquide middelen: nettoschuld is de schuld mínus de kas. Een goed kwartaal op de kasrekening verbetert mijn leverage zonder dat ik iets heb afgelost.
En bij solvabiliteit is het de peildatum. Het is geen gemiddelde over het jaar; het is de stand op de dag dat er wordt gemeten.
Hoeveel kom ik tekort?
Bij een convenant is geld de verkeerde maat.
Bij een kastekort is het antwoord een bedrag: zoveel euro, in die maand. Bij een bankconvenant niet. Daar is het antwoord de afstand tot de norm, in de norm zelf — leverage 3,4 tegen een norm van 3,0, of een solvabiliteit van 0,22 tegen 0,25.
Die afstand vertaalt zich pas daarna naar wat ik moet doen. Meer EBITDA verbetert leverage én DSCR tegelijk. Minder uitkeren verbetert solvabiliteit maar niet mijn DSCR. Een extra aflossing verbetert leverage en verslechtert diezelfde DSCR, omdat de schuldendienst stijgt. Welke stap de goedkoopste is, hangt dus af van wélke ratio de norm niet haalt.
Zie ik dit vooruit, of pas achteraf?
Per kwartaal, over de hele forecast.
Het model rekent balans, resultaat en kas per maand door. Daaruit volgen de drie ratio’s vanzelf, per kwartaal en per jaar, over de hele horizon. Ik zie niet alleen of ze houden, maar ook waar de speling het kleinst wordt.
Haalt er één de norm niet, dan staat hij tussen de andere grenzen — mijn kasbodem, mijn financieringsruimte, een maximum op een regel — en wijst Algodyn aan welke van die grenzen mijn groei als eerste tegenhoudt. Niet alle vijf tegelijk oplossen; één voor één, de goedkoopste eerst.
Wat kan dit niet?
Waar het ophoudt.
- Drie ratio’s, en niet meer. Leverage, DSCR en solvabiliteit. Heeft mijn overeenkomst een eigen ratio — een interest cover, een minimum EBITDA, een investeringsplafond — dan rekent Algodyn die niet mee.
- De normen zet ik zelf. Algodyn kent de gangbare waarden als beginstand; wat er in mijn overeenkomst staat, vul ik in.
- Het is een doorrekening, geen oordeel. Dat een ratio in de forecast houdt, is geen toezegging van de bank en geen advies. Het is wat er uit mijn eigen aannames volgt.
- Definities verschillen per bank. De formules hierboven zijn de gangbare; sommige overeenkomsten rekenen EBITDA of nettoschuld net anders. Ik leg ze naast mijn eigen tekst.